Home > Actueel > 

'Geweld tegen gezagsdragers niet erger dan tegen gewone burgers'

Den Haag, 2 november 2009

Gezagsdragers moeten tegen een zekere mate van geweld kunnen, omdat hun werk dit nu eenmaal met zich meebrengt. Dat meent een meerderheid (62%) van de deelnemers aan een recente enquête. De enquête gaf als voorbeelden van gezagsdragers politiemensen, beveiligers, toezichthouders en conducteurs. Van de deelnemers vindt 63% geweld tegen gezagsdragers dan ook niet erger dan geweld tegen gewone burgers. 

Dit blijkt uit de enquête die onderzoeksbureau Trendbox te Amsterdam onlangs hield in opdracht van het curatorium van de mr Gonsalves nationale innovatieprijs voor de rechtshandhaving. Het curatorium gaf deze opdracht met het oog op de aanstaande prijsuitreiking. De prijs staat ditmaal in het teken van de aanpak van geweld tegen gezagsdragers en van ‘korte lontjescriminaliteit’. 

Noorden-Oosten

De opvattingen over de stelling dat gezagsdragers tegen een zekere mate van geweld moeten kunnen ontlopen elkaar weinig onder mannen (64%) en vrouwen (60%). Wel is er een duidelijk verschil tussen leeftijdsgroepen. In de leeftijd tussen 16 en 49 jaar is 67% het met deze stelling eens, in de leeftijd vanaf 50 jaar 56%. In het Noorden van het land kunnen de meeste mensen (72%) zich in de stelling vinden, tegenover 57% in het Oosten, 60% in het Westen en 66% in het Zuiden. 

Man-vrouw

De deelnemers vinden geweld tegen gezagsdragers niet erger dan geweld tegen gewone burgers. Niettemin lopen de opvattingen hierover tussen mannen en vrouwen uiteen. Van de mannen vindt 56% dit niet erger en van de vrouwen 71%. Ook tussen de leeftijdsgroepen is het verschil opvallend. Van de mensen in de leeftijd tussen 16 en 24 jaar vindt 74% dit niet erger, tegenover 61% in de leeftijd vanaf 50 jaar. Verschil is eveneens goed te zien tussen huishoudens van één persoon (57%) en van drie of meer personen (67%). Ook bij deze stelling zijn de verschillen het grootst tussen het Noorden (71%) en het Oosten (51%). 

Aan de enquête door Trendbox namen, verspreid over het land, in totaal 508 mensen deel. De verdeling tussen man (250) en vrouw (258) is ongeveer gelijk, evenals die tussen lage en middeninkomens aan de ene en hoge inkomens aan de andere kant. De huishoudgrootte van de deelnemers verschilt van één persoon (98 deelnemers), tot twee (178) en drie of meer (232). De steekproef van het onderzoek is landelijk representatief voor de populatie van 16 jaar en ouder. 

Gonsalveslezing

Minister van Justitie mr E.M.H. (Ernst) Hirsch Ballin reikt vandaag, op de openingsdag van de eerste Week van het Recht, in Den Haag de Gonsalvesprijs uit. Burgemeester J.J. (Jozias) van Aartsen van Den Haag – hij is tevens voorzitter van het Korpsbeheerdersberaad - houdt bij deze gelegenheid de tweede Gonsalveslezing. 

Bemoedigen en aanmoedigen

De mr Gonsalves nationale innovatieprijs voor de rechtshandhaving gaat naar een persoon of organisatie die dan wel een project dat een vernieuwende bijdrage levert aan de rechtshandhaving. Het curatorium onder leiding van staatsraad drs W.J. (Wim) Deetman wil hiermee bovenal de rechtshandhavers ‘bemoedigen en aanmoedigen’. 

Alle ME-ers

De jury onder leiding van mr A.W.H. (Arthur) Docters van Leeuwen nomineert drie uiteenlopende kandidaten voor deze editie van de prijs: de Amsterdamse politieman Leen Schaap en in hem alle ME-ers, het project ProKid van Politie Gelderland-Midden en prof. dr Jan Naeyé, hoogleraar strafrecht en politierecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam (zie ook: www.gonsalvesprijs.nl).