Home > Actueel > 

Toespraak minister Hirsch Ballin bij uitreiking Gonsalvesprijs 2009 op 2 november te Den Haag 

Dames en heren,  

Allereerst mijn hartelijke felicitaties aan de heer Schaap, de winnaar van de derde Gonsalvesprijs[, en daarmee de riante sculptuur van Hanna van Munster].

Dit jaar ging de prijs niet naar een project, maar naar een persoon. De heer Schaap, die zich in de afgelopen jaren met hart en ziel heeft ingezet voor onze veiligheid, voorheen als ME pelotonscommandant en nu districtchef in Amsterdam. Hiermee prijzen we niet alleen hem, maar ook al die andere mensen die dag en nacht in de frontlinie van de samenleving staan. En die daarbij helaas ook in toenemende mate te maken krijgen met verbale agressie en fysiek geweld. 

Geweld, ik kan dat niet genoeg benadrukken, is iets dat we als samenleving niet mogen tolereren. We kunnen niet de ogen sluiten of de andere kant op kijken. Geweld kwetst, krenkt en richt onherstelbare schade aan. En geweld roept als reactie meer geweld op.

Ook in die zin, dat slachtoffers van geweld op hun beurt gewelddadig gedrag kunnen vertonen naar mensen om hen heen, niet in de laatste plaats hun kinderen. 

We moeten geweld dus, waar we kunnen, afstoppen en tegengaan. Dat is ook de inzet van dit kabinet. En wij hebben een ambitieuze doelstelling: een reductie van 20% van de geweldsdelicten in 2010 ten opzichte van het ijkjaar 2006. Volgens de slachtofferenquêtes is daarvan al 14,5% gerealiseerd. Dat is mooi, maar nog niet genoeg. We moeten doorzetten.  

En daarbij zijn we bij uitstek geholpen door mensen zoals de heer Schaap, die aan de ene kant zorgvuldige afwegingen maken, maar aan de andere kant ook hun tanden kunnen laten zien als het nodig is. Uiteraard zijn we ook zeer dankbaar voor de inzet van alle anderen, zoals de heer Naeyé. En met alle vernieuwende initiatieven zoals het project ProKid. Deze zijn essentieel voor de doelstelling die wij allen gemeen hebben: een samenleving waarin geweld niet wordt getolereerd. En dan doel ik in het bijzonder op het geweld tegen onze hulpdiensten en ambtsdragers. Een fenomeen dat we ten krachtigste moeten bestrijden.

Ter illustratie een bericht uit de krant van vorige week:

‘Een verpleegkundige van het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein is dit weekeinde bedreigd en mishandeld door een 17-jarige patiënt. De jongen vond dat de behandeling van zijn hoofdwond niet snel genoeg gebeurde’.

Deze en vergelijkbare berichten zijn in de afgelopen periode veelvuldig in de media verschenen. Ik noem de rellen tijdens het dansfestival in Hoek van Holland. Hier werden agenten in dienst door een menigte relschoppers in het nauw gedrongen. Ook de bedreiging van de bestuurders in Weert heeft geleid tot nationale beroering.

Een combinatie van factoren ligt hieraan ten grondslag, niet in de laatste plaats de zogenaamde ‘korte lontjes’, die bij sommigen steeds korter lijken te worden. Zo ontstaat er een beeld dat bedreiging en dat geweld tegen hulpverleners en ambtsdragers ‘normaal’ wordt. En dat beeld moeten we zo snel mogelijk kantelen. Dat geldt natuurlijk bij uitstek voor de mensen die belast zijn met opsporing en vervolging van criminaliteit en overlast. Deze mensen, die dagelijks in hun werk met agressie en geweld te maken hebben, moeten weten dat ze gesteund en beschermd worden.

Mijn beleid met betrekking tot geweld is tweeledig: duidelijk stellen van grenzen en een consequente aanpak van ontoelaatbaar gedrag. Als norm geldt dat geweld eenvoudigweg nooit wordt getolereerd. Ookal vindt de dader zelf misschien dat hij onheus wordt bejegend of dwarsgezeten. Deze norm passen we in de praktijk steeds strenger toe; geweldszaken worden in Nederland zwaarder gesanctioneerd. Dit is zeker het geval bij geweld tegen publieke ambtsdragers, waar het OM inmiddels een 150% verhoging van de ‘gewone’ strafmaat kan toepassen. Voor agressie en geweld tegen ambtsdragers tijdens evenementen kan daar nog eens een 75% verhoging bovenop komen.

Maar alleen normstelling en het verzwaren van straffen is niet voldoende. Het is ook zaak dat we snel en adequaat ingrijpen. Daarom passen we bijvoorbeeld bij de Jaarwisseling snelrecht toe, zodat overtreders snel bij de kraag gevat en berecht worden. Dat maakt veel meer indruk dan wanneer een gerechtelijk vonnis langer op zich laat wachten. Daarnaast werken we aan oorzaken van gewelddadig gedrag. Zo heb ik recentelijk het gebruik van alcohol als strafverzwarende grond ingevoerd. Bekend is dat alcohol drempelverlagend werkt en de ‘lontjes’ korter maakt.

Onderzoek toont aan dat in ruim 30% van de geweldszaken sprake is van middelengebruik. Alcohol leidt tot zwaarder en ernstiger geweld, bovendien is de recidive hoger. Bijna de helft van alle verdachten onder invloed, heeft antecedenten met geweldpleging. Vandaar dat het loont specifiek op deze groep recidivisten in te zoomen, onder andere bij het bepalen van de straf. Deze 50%-kans op herhaling geeft ruimte om een straf op te leggen die het mogelijk maakt om het gedrag te veranderen. Bijvoorbeeld het opleggen van leerstraffen aan jeugdige daders en bijzondere voorwaarden aan volwassenen, zoals een behandeling, of een straat- of alcoholverbod. 

Ondanks de vele mediaberichten over geweld in de samenleving, en ondanks het gegeven dat elk incident er één te veel is, wil ik erop wijzen dat de algemene cijfers van geweld dalen. Het beleid dat we met dit kabinet hebben ingezet sorteert effect: Nederland wordt veiliger.

Dit wordt ook bevestigd door recente cijfers over de instroom van geweldzaken bij het OM. Deze laten een daling zien, zowel voor de ‘gewone’ slachtoffers van geweld en agressie als voor ambtsdragers.

Ook een recent onderzoek van Justitie en Binnenlandse Zaken naar agressie en geweld tegen de publieke taak laat geen stijging zien. Hoewel de burger zegt minder te maken te hebben met mishandelingen en bedreigingen, maakte de politie wel meer processen-verbaal op wegens geweld. Daar zetten wij ook bewust op in. De aanpak van geweld, door een gerichte opsporing en strakke handhaving, begint immers met een aangifte. 

Naast het beleid dat Justitie heeft ontwikkeld, uitgevoerd en toegepast, zijn er vele landelijke en lokale initiatieven die een grote bijdrage leveren. Veel instellingen en personen zetten projecten op om geweld tegen te gaan, niet in de laatste plaats de ambtsdragers zelf. 

Ik ben zeer dankbaar voor deze initiatieven. Zij zijn een stevige steun in de rug voor Justitie en de samenleving. Ik wil iedereen, de heer Schaap, de heer Naeyé, de mensen achter het project ProKid, en alle anderen die zich hebben ingezet, hartelijk danken voor hun inzet. Het terugdringen van geweld is, net als het versterken van het vertrouwen in de rechtsstaat, een traject van de lange adem, maar de aanhouder wint.